www.wargraves.nl

De Gelderlander

16-4-2003

Stoffelijke resten militair in tuin.

Door SIMON TROMMEL.

Niet alleen tientallen granaten zijn de afgelopen dagen in een Oosterbeekse tuin gevonden, ook resten van een Engelse militair. Een naam heeft de sinds zestig jaar vermiste man nog niet, alleen een dossiernummer.

Adjudant F. Bolle van de Bergings- en Identificatiedienst BID bij de resten van de gesneuvelde militair.
Foto: Hans Broekhuizen



OOSTERBEEK - Het gevonden schedeldeel vertoont een rafelig gat van een centimeter of vier, vermoedelijk van een granaatscherf. "Als hij getroffen zou zijn door een kogel, zou het gat veel ronder zijn", vertelt adjudant F. Bolle van de Bergings- en Identificatiedienst BID van de Koninklijke Landmacht. De botten liggen precies in de volgorde die ze in het menselijk lichaam hebben, in de tuin van een Oosterbeeks huis aan de rand van de uiterwaarden: schedel, wervels, armen, bekken en beenbotten. Ze zijn op volgorde gelegd door militairen die zoeken naar menselijke resten in de tuin. Hoewel er nog aardig wat ontbreekt, lijkt het een vrij compleet skelet. "Het gaat om een gesneuvelde Engelsman uit de Slag om Arnhem, dat zien we aan zijn uitrusting", zegt Bolle.
De uitrusting bestaat uit twee helmen en de schoenen. De kleding is in de loop der jaren vergaan, ook een naamplaatje ligt er niet bij. Het materiaal dat de Britten toen gebruikten, vergaat volgens Bolle nogal snel. Voor Oosterbeek is het de eerste keer in jaren dat er weer een militair wordt gevonden. "Vroeger kwamen we hier vaker, maar later in de loop van de jaren negentig niet meer", vertelt Bolle.
Hij wroet met zijn collega en met behulp van een graafmachine in hopen zand, op zoek naar botten, botjes en vooral ook naar tanden en kiezen. Want aan de hand van het gebit is de militair het best te identificeren, een klus die maanden tot jaren kan duren. Voorlopig heeft de man geen naam, alleen een dosssiernummer.
De resten zijn gevonden bij graafwerkzaamheden, afgelopen vrijdag, samen met veertien complete mortiergranaten. Dinsdag is de landmacht gaan zoeken naar meer resten en explosieven. De Explosieven Opruimingsdienst EOD trof nog eens twintig stuks mortiergranaten en twee handgranaten aan in de tuin die weg zijn gehaald en later deskundig onschadelijk worden gemaakt. EOD-man A. Mennik is niet zo dol op die handgranaten. Vooral de Engelse handgranaten ontploffen makkelijk, vindt hij. "Dan kun je beter een grote bom demonteren." Mennik noemt de vondst in Oosterbeek groot. "Maar ik denk dat we hier nog wel terugkomen."
Van de gesneuvelde militair wordt niet alles gevonden, denkt Bolle. "Het menselijk lichaam telt rond de 226 botten, die vinden we niet allemaal. Het probleem is dat ze in de loop der tijd verspreid zijn geraakt over het terrein. Maar de belangrijkste om te kunnen identificeren, hebben we. We weten hoe lang hij is en we hebben gebitsdelen", zegt hij op het moment dat zijn collega met een hoektand aan komt lopen. Die heeft het tandje uit een zandhoop van ruim een meter hoog gevist.
De doodsoorzaak van de man zal nooit voor de volle honderd procent vast komen te staan. Want de taak van de Bergings- en Identificatiedienst is het bergen en het identificeren van de persoon, niet het verrichten van sectie. Op het moment dat de identiteit vaststaat, wordt de soldaat officieel overgedragen aan vertegenwoordigers van de Engelse ambassade en de nabestaanden. Dat gebeurt op het Airbornekerkhof in Oosterbeek, waar de militair dan naar zijn allerlaatste rustplaats wordt gebracht.


Sluit dit venster.